Weg van vilt bespreekt diverse vilttechnieken, geeft tips over workshops, markten en interessante adressen en leuke blogs. Daarnaast laat ik mijn eigen werk zien. Maak kennis met mijn Weg van vilt.
AGENDA
c85ed6bd8e7b39b3d9029c54e881b909.jpg
70c114d7040b0feeb1c58a251310f77e.png
Foto

Vilten uit de vacht
Het natvilten van geschoren vachten is arbeidsintensiever dan droogvilten en 'gewoon' natvilten. Je moet alleen al voor het vilten uit de vacht een hele dag uittrekken.

Een goede vacht voor het vilten uit de vacht is dat van het Drents heideschaap.
Het Drents Heideschaap is een haarschaap, geen wolschaap. Het heeft een langharige buitenvacht en een wolachtige binnenvacht. De wol heeft een hoog vetgehalte, wat het schaap warm houdt. Het wolvet (lanoline), heeft een isolerende werking. De vele lanoline zorgt er ook voor dat de wol erg geschikt is om mee te vilten of spinnen.
 
Andere ruwe wolsoorten die gemakkelijk vilten zijn naast Schoonebeker onder meer Racka wol, Wensleydale Longwool, Gotland, Zwartbles, Swifter Longwool, White Faced en de wol van het Devon and Cornwall Longwool schaap. 

Voor het vilten uit de vacht heb je naast een mooie vacht die goed vervilt ook een onderlaag nodig. Bergschaap vlies is hiervoor erg geschikt. Bergschaapwol is vergelijkbaar met de zogenaamde Bhedawol (Nieuw-Zeelandse mix van diverse rassen schapen met vrij korte vezels). Bergschaapwol is verkrijgbaar in natuurkleuren en een aantal geverfde tinten. 
Deze wol komt van kleine kuddes schapen die zo veel mogelijk ecologisch gehouden worden. Ze begrazen de bergweiden in Wallis (Zwitserland) en komen alleen op stal voor het aflammeren. Het is gewassen en in vlies gekaard en zeer geschikt als ondergrond om te vilten met andere wolsoorten.
 
Het is aan te raden een vacht persoonlijk uit te zoeken: je kunt goed kijken naar kleur en grootte van de vacht, het uiterlijk (lange/korte haren/mate van krullen/de hoeveelheid vuil/vacht één geheel of veel losse stukken). Daarnaast is het ook handig om te kijken in welke mate de ondervacht reeds vervilt is. Dat verschilt per schaap en kan veel schelen in de hoeveelheid werk. En de mate waarin een vacht goed te vilten is verschilt ook per schapenras. 

Benodigdheden en uitleg vilten uit de vacht:
- schapenvacht naar eigen keuze
- Bergschaap naaldvlies
- noppenfolie (groot formaat)
- handdoeken
- groene zeep en warm water
- hoge tafel.
Het is belangrijk de vacht eerst schoon te maken: verwijder zo veel mogelijk poepresten, grassen, zaden, takjes, etc. Leg de vacht vervolgens op een groot vel noppenfolie (met handdoek eronder) met de binnenvacht boven, en schuif de buitenste haren onder de vacht.
Vervolgens leg je de onderlaag (Bergschaap wol) er op. Je kunt voor één kleur kiezen, maar van de achterkant ook iets speciaals maken en meerdere kleuren gebruiken (zie foto hiernaast).

Om een goede onderlaag te krijgen zijn meestal drie lagen Bergschaap naaldvlies nodig. Wil je dat de vacht nog 'los valt', bijvoorbeeld als deze er overheen moet liggen, dan is twee lagen voldoende. Maar zeker wanneer je de vacht als kleed gaat gebruiken is een stevige onderlaag nodig. Experimenteren leert je hoeveel lagen het beste werkt.
Leg de lagen Bergschaap dakpans gewijs neer en let er op dat deze onderlaag helemaal dekkend is zodat de vacht overal kan 'hechten'. Voel met de hand goed of de laag overal even dik is.

Nu kun je met het vilten beginnen. Ik doe dat op de volgende manier: ik besprenkel de wol licht met groene zeep uit de fles en maak vervolgens de wol nat. Door een lange tijd de wol licht aan te drukken verdwijnt de lucht en vindt de eerste hechting plaats. Zodra de lucht weg is kun je zacht langdurig op eenzelfde plek wrijven (het 'dichten'). Dat moet voorzichtig gebeuren omdat de wol nog kan verschuiven. Als de vacht eenmaal goed gehecht is aan de Bergschaapwol, kun je de vacht voorzichtig omdraaien en de haren van de vacht heel voorzichtig bewerken met een vork (zacht 'kammen'). Dit voorkomt dat tijdens de volgende stap van het vilten (het 'vollen') te veel haren aan de ondervacht gaan vilten. Na deze handeling draai je de vacht weer om en kun je wat steviger gaan vilten. Het vollen kan met de hand, maar in het laatste stadium zijn meerdere methode's mogelijk: in de handdoek rollen en heen en weer bewegen (met hand of voeten) of op de grond leggen en met voeten bewerken. 
Als de vacht klaar is moet deze heel goed uitgespoeld worden. Na het uitspoelen is het mogelijk de vacht op het korte centrifuge programma in de wasmachine te doen. Daarmee wordt de droogperiode verkort: drogen aan de lucht, liefst buiten.
Het is mooi om als laatste stap de vacht nog goed door te kammen: daarvoor gebruik ik kammen van verschillende 'dichtheid', van een vork tot een hondenkam.